Bericht van factoring maatschappij Netpoint.
Geachte relatie,
Het zal u niet zijn ontgaan dat de declaratiestroom de laatste twee weken op volle toeren draait. De afgelopen dagen hebben wij de laatste zending (rest)declaraties, naar aanleiding van de verlate retourberichten van verzekeraars, verzonden. Deze partij is afgelopen weekend bij de patiënten/debiteuren op de deurmat gevallen.
Wat feiten en cijfers.
De afgelopen twee weken heeft Netpoint ongeveer:
- 5.500 retourberichten van verzekeraars verwerkt
- 46.000 (rest)declaraties verzonden
- 3.300 telefoontjes verwerkt
- 1.700 reacties via onze debiteurenwebsite www.uwdeclaraties.nl binnen gehad
Met name de gedeeltelijke, lagere vergoedingen zorgen voor veel onrust. Uitspraken als “vorig jaar kreeg ik alles/meer vergoedt” en “ik kreeg te horen dat mijn zorgverlener te duur is” horen wij meerdere keren per dag.
Een klein rondje langs de velden leerde dat u als praktijk hier ook mee wordt geconfronteerd.
Naar mijn mening wordt er richting de patiënt/debiteur door bepaalde verzekeraars ook vals gespeeld door te beweren dat de “schuld”, zonder onderbouwing, bij de zorgverlener ligt. Bovendien worden er onduidelijke afrekeningen verspreid, waarin alleen rekening wordt gehouden met bedragen die de verzekeraar in haar vergoedingentabel heeft staan, de patiënt wordt hierdoor op het verkeerde been gezet. Bellend naar de verzekeraar wordt de patiënt vaak te kennen gegeven zijn of haar licht maar bij de praktijk op te steken.
Volgens die bepaalde verzekeraars zijn deze problemen alleen te ondervangen als er door de zorgverlener, u dus, gecontracteerde zorg wordt afgenomen.
Een en ander wordt ook, wederom zonder enige onderbouwing, door de media gevoed. Voorpagina “de Telegraaf” vanmorgen: Tandartsrekening fors duurder. Jammer dat op pagina 6 pas te lezen valt dat de vergoedingen van de zorgverzekeraars wellicht aan de lage kant zijn……
Groet,
Sander
*************************************************************************
Tandarts laat zich niet dwingen door verzekeraar
11-01-2012
De meeste Nederlanders komen regelmatig, vaak meerdere keren per jaar, bij hun tandarts en hebben op deze manier een goede langdurige vertrouwensrelatie met hun tandarts opgebouwd. Uit een onderzoek in 2009 van het NPCF, Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie, blijkt dat een overgroot deel van de bevolking erg tevreden is over zijn tandarts. De tandarts kreeg zelfs gemiddeld een 7,6! De Nederlandse tandheelkunde behoort tot de beste in de wereld.
Het systeem van vrije prijsvorming dat door de minister is goedgekeurd, heeft tot doel om een aantal zaken in de tandheelkunde te vereenvoudigen en verder te verbeteren. Er gaat op prijs geconcurreerd worden. Of de Nederlander daar op zit te wachten is nog maar de vraag. Waar bijna overal geldt 'goedkoop is duurkoop' zou dat ook zomaar eens kunnen gelden in de tandheelkunde. Daarnaast willen tandartsen graag differentiëren op service, innovatie en kwaliteit. Het nieuwe systeem laat daar nu ruimte voor.
VGZ lijkt in deze kwaliteit niet geïnteresseerd. Deze zorgverzekeraar is alleen geïnteresseerd in geld. Waar de gemiddelde tarieven van de aanvullende tandartsverzekeringen vorig jaar al met 14 procent zijn gestegen en de vergoedingen alleen maar verder zijn uitgekleed, probeert VGZ – door breed de media te zoeken – nu ook een wig te drijven in de relatie van de patiënt met zijn tandarts.
Met de stelling dat de tandartskosten per 1 januari met gemiddeld 10 procent zijn gestegen, lijkt VGZ alleen maar een rookgordijn op te trekken voor het uitkleden van de eigen polissen. Deze uitkleding en premieverhoging zijn gedaan onder het mom van een door de zorgverzekeraars verwachte prijsstijging per 1 januari. Op het moment van de premieverhoging waren die tarieven bij lange na niet bekend. Bang voor gezichtsverlies en ter rechtvaardiging van de eigen prijsstijgingen kunnen ze nu moeilijk anders dan stellen dat de door hun voorspelde prijsstijging zich al heeft voorgedaan.
Een experiment dat net begonnen is, dat een zeer ingrijpende wijziging van de opzet van tarieven en samenstelling van prestaties met zich meebrengt, waar tandartsen uren, dagen en weken ter voorbereiding mee bezig zijn geweest en waar de minister drie jaar voor denkt uit te trekken, daar heeft het VGZ na twee dagen al een oordeel over. Tarieven die vorig jaar ook al konden verschillen, afhankelijk van de werkwijze van de tandarts, worden vergeleken met de compleet nieuwe opzet. Ik vind dit beschamend, beschadigend voor de beroepsgroep en een verkeerd signaal naar de bevolking.
De consument is echter niet dom en heeft best in de gaten wat hier speelt. Ik kan me dan ook voorstellen dat verzekerden bij VGZ zich afvragen of zij daar nog wel goed zitten. Het VGZ is namelijk bezig om een van de voordelen van het nieuwe systeem, dat kwaliteitbevorderend kan werken, onderuit te halen.
De beoogde mogelijkheden voor verschil in praktijkvoering worden door de huidige wijze van vergoeden door de zorgverzekeraars belemmerd. En waarvoor? Voor eigen geldelijk gewin! En dat onder het mom van het goed voor te hebben met de verzekerden.
Bestuursvoorzitter M. Duvivier van verzekeringscombinatie UVIT zal in dit kader vast de goedkoopste tandarts proberen te vinden, want volgens VGZ is hij daar immers het beste af.
Daar waar kwaliteit pas op de lange termijn tot uiting komt, kijken zorgverzekeraars niet verder dan hun begroting en de daarbij behorende winstuitkeringen. Nu zo weinig mogelijk uitkeren betekent een beter resultaat voor dit jaar. In het jaarverslag 2010 van UVIT, de coöperatie waaronder VGZ valt, is onder het kopje beloningsbeleid te lezen: 'Het variabele beloningsbeleid van Univé-VGZ-IZA-Trias was in 2010 gebaseerd op kortetermijndoelstellingen'. Het salaris van bijna een half miljoen voor de voorzitter van de raad van bestuur van UVIT is zo dus direct afhankelijk van de betaalde premies (zo hoog mogelijk) en de uitgekeerde vergoedingen (zo weinig mogelijk). Van een Balkenende-norm hebben ze daar kennelijk nog niet gehoord.
Verder zit waarschijnlijk nog wat oud zeer bij de zorgverzekeraars. Waar inmiddels de gehele gezondheidszorg in de greep is van de zorgverzekeraars is dit tot nu toe niet gelukt in de mondzorg. Tandartsen hebben zich tot nu toe niet laten dwingen tot het grootschalig afsluiten van contracten met zorgverzekeraars en zich daardoor onafhankelijk weten op te stellen ten gunste van hun patiënten. Van de huidige tandheelkundige verzekeringen blijft toch 400 miljoen euro hangen bij de zorgverzekeraars. Geld dat eigenlijk ten goede zou moeten komen aan de gebitten van de verzekerden. En nu proberen de zorgverzekeraars, door de bevolking bang te maken, de Nederlandse tandartsen onder druk te zetten om door goedkope tandheelkunde hun eigen winsten te vergroten. En als schop tegen het zere been heeft onlangs de voorzitter van de NMT (beroepsorganisatie van tandartsen) geadviseerd zeer terughoudend te zijn met het afsluiten van een tandheelkundige verzekering, dit in overleg met de tandarts. Ben dus verstandig als je geeft om je gebit. Laat je niet adviseren door je verzekeringsmaatschappij naar welke tandarts je gaat, maar keer het om en laat je door je tandarts adviseren bij welke verzekeringsmaatschappij je je het beste kunt verzekeren, als dat überhaupt al verstandig is.
Door Peter Gits, voorzitter van de Eindhovense Tandartsen Vereniging
Bron: Eindhovens Dagblad, 11-01-2012
